Samenvatting van de lezing

De grens van de mens: waar begint de robot?

Een memorabele avond met Peter-Paul Verbeek

 

De toehoorders hebben op 21 april 2016 kunnen genieten van de slotlezing van deze AGora-cyclus, die werd uitgesproken door Peter-Paul Verbeek, hoogleraar Filosofie van Mens en Techniek aan de Universiteit Twente.
Met als titel ‘Grens van de mens: waar begint de robot?’ sprak hij een uur lang over de verhouding tussen de mens en de voortsnellende techniek, een discussie zoals die op dit moment met grote regelmaat opduikt in de media.

‘De wetenschap is zoet en lief en wordt verpersoonlijkt door de aimabele Einstein, maar als de ingenieur het podium betreedt denkt men aan Frankenstein, een karikaturale voostelling van zaken, die nader onderzoek vereist'.
De mens is immers vanaf heel vroeg in de evolutie of - zo men wil - al snel na de schepping begonnen met het gebruik van techniek: Toen Eva de appel plukte om hem te proeven, nam zij haar verantwoordelijkheid als mens om dat te doen. Het gevolg was dat zij zichzelf en Adam zag zoals ze waren: naakt als dieren. Het bedekken van hun naaktheid was het eerste gebruik van techniek.

Techniek is de mens blijven gebruiken, ten goede of ten kwade, zodat er eigenlijk niets nieuws onder de zon is. Wat maakt ons dan zo bang voor techniek? Is het omdat men techniek als hoofschuldige ziet van onze energie -, milieu- en voedselcrisis? Of het onzichtbare en vaak invasieve dat de moderne techniek kenmerkt? Of is het de angst voor de duizelingwekkende snelheid van de vooruitgang?
Zeker, we kunnen niet ontkennen dat elke technologie ten goede of ten kwade kan worden gebruikt, maar evenmin dat de voordelen van veel verworvenheden van techniek niet ontkend kunnen worden.

In hun houding ten opzichte van de techniek kunnen ruwweg vier groepen mensen herkend worden:

De grote meerderheid die zonder nadenken meegaat met alle ontwikkelingen of die zonder zich een eigen mening te vormen meepraat met een van de andere groepen.

De conservatieven (onder anderen Habermas) verwerpen een verdere menging van techniek en mens. Zij zien een aftakeling van de mens en het menszijn. De mens draagt niet langer verantwoordelijkheid, omdat de techniek deze meer en meer overneemt.

De transhumanisten willen een snelle fusie van mens en techniek, zij willen geluk engineeren en in de evolutie kunnen ingrijpen om de mens sterker, beter en zelfs onsterfelijk te maken. Zonder techniek is de mens een zwakkeling.

De Uebermensch, is de karikatuur van de door techniek gecreëerde en verbeterde mens, zoals in de dystopie van Huxley’s Brave New World, de nachtmerrie van een klassenmaatschappij met een eenvormige, blanke, blonde en blauwogige bovenlaag. Een fascistische versie van wat Transhumanisten voor ogen staat.

Volgens Verbeek moeten we niet vijandig, maar wel kritisch staan tegenoven de techniek. Wij zijn immers ‘technisch wezens’. Hij erkende het gevaar dat techniek in de handen van de verkeerde partij kan leiden tot een wereld waarin de private en publieke ruimtes teloorgaan en waarin wij een groot deel van onze autonomie verliezen. In de meeste gevallen zijn wij vrij om af te zien van het gebruik van dergelijke producten. Wel verkeren we in een kwetsbare fase waarin het voor velen moeilijk is de mores van de nieuwe wereld te doorgronden, laat staan om er een goed gebruik te maken.

De spreker lardeerde zijn betoog met veel toepassingen van technologie die zonder meer heilzaam voor maatschappij en individu genoemd kunnen worden en die een oplossing zijn voor morele problemen, waar velen nu onder lijden. De oplossingen zijn vaak samen te vatten onder de noemer ‘voorkomen is beter dan genezen’.

Na een interessant vragenuurtje, beloonde de zaal de spreker met een welverdiend en warm applaus.

Hans Eerdmans

 

Hier te lande neemt Peter-Paul Verbeek actief deel aan publieke discussies over wetenschap, technologie en samenleving en is columnist voor Dagblad Tubantia en tijdschrift De Ingenieur. 
Voor een uitgebreidere versie van zijn cv verwijzen wij naar: www.ppverbeek.nl

Terug