AG Eindhoven, bijzondere activiteiten in goed gezelschap

Het beest in de jungle

Het beest in de jungle
van Henry James

Zondag 19 en maandag 20 november 2017

'The Beast in the Jungle' is een novelle in 1903 geschreven door Henry James. Hij werd in samenwerking met Rien van Alebeek bewerkt door Marjan Maas en onder haar regie gespeeld door Janneke Nederpelt en Bob van der Waaij.
Ons lid Ab Hofstee gaf vooraf een inleiding over het leven en werk van Henry James. 

Vormgeving: Ingrid Hofstee
Zang: Marie José van Ham en Henny van Neerven


Verslag AG-Toneel 

Door Richard de Groot

Zoals onze gasten opmerkten “het is geen echt toneelstuk, want ze lezen gewoon voor”, maar hoe er werd voorgelezen, fantastisch. In een minimaal, maar passend decor, werd na een boeiende inleiding door Ab Hofstee over Henry James en zijn tijd, gedurende anderhalf uur door May Bartram (Janneke Nederpelt) en John Marcher (Bob van der Waaij) in continue dialoog, met af en toe een sereen geneurie door Marie José van Ham en Henny van Neerven (het lied: Lascia ch'io pianga, uit de opera ‘Rinaldo’ van Händel), rustig pratend het wachten op het beest in de jungle vormgegeven. Wat begon als alledaagse causerie van John over zijn latente angst voor het beest werd hoe langer hoe intenser, zeker na een min of meer toevallige ontmoeting met May, waar een platonische vonk oversloeg en vanaf welk moment May steeds meer deelgenoot werd van de angst van John voor het beest. Zin na zin werd de dialoog bijna ongemerkt diepgaander. May verklaarde zich bereid samen met John te wachten op de komst van het beest uit de jungle, dat ooit komen zou, hoewel ze geen idee hadden wanneer. Dramatisch werd de dialoog toen May ziek werd en uiteindelijk stierf, waarna John zich realiseerde dat het wachten op het beest en de angst voor het moment dat het beest zou verschijnen de hartstocht in de relatie met May consequent buiten de deur had gehouden. Zoveel gemist. Het publiek was na afloop sprakeloos en ontroerd omdat eenieder zich realiseerde dat we allemaal wel angst hebben voor een beest in de jungle, dat nooit komt en dat we door die angst de mooie momenten missen. Gelukkig konden we na afloop genieten van een gezellig en smakelijk wildbuffet.

 

De voorgeschiedenis
van ‘ons’ Beest in de jungle

Door Marian Maas

Regisseuse Marian Maas heeft een langjarige relatie met het AG. Van spelen in ‘De Kersentuin’ (1983) tot regisseren van ‘Biografie’ van Max Frisch en van ‘De Bruiloft’ van Elias Canetti. 

Een kleine 20 jaar geleden speelden Bob van der Waaij en Janneke Nederpelt in De Witte Dame de briefwisseling tussen Helene Hanff en Frank Doel. De combinatie van deze twee prachtige spelers beviel me zo goed dat daarna al gauw de toneelbewerking van ‘Het Beest In De Jungle’ (op basis van ‘The Beast In The Jungle: a psychological novel, Henry James, 1903’) door Ger Thijs uit 1984 in mijn herinnering kwam.

We sloegen als voorheen rond mijn keukentafel aan het repeteren. Ik was gewend om op eigen naam te regisseren om me vrij te voelen spelers en stukken te kiezen. Met Janneke speelde ik in de jaren ‘60 bij Asjera, het studententoneel van de TU/e, onder regie van Joop Doorman die daarvoor ook bij het AG had geregisseerd. Ze viel op door haar zeldzame talent. Bob leerde ik als evenzeer getalenteerd speler kennen toen ik de stukken ‘Biografie’ (van Max Frisch) en ‘Bruiloft’ (van Elias Canetti) regisseerde bij het AG-toneel. Ingrid Hofstee verzorgde jarenlang de vormgeving van mijn stukken. Haar man Ab maakte onder andere eigen voorstellingen over boeken en speelde mee in ‘Leedvermaak’ (1985) en 15 jaar later in ’Leedvermaak/Rijgdraad’.

Het repetitieproces werd wreed verstoord door de plotselinge dood van mijn levensgezel.

Maar we hadden eerder al gemerkt dat het niet makkelijk was de bestaande toneelbewerking te volgen. Het ‘wrong’ soms. Ik vertrok uit Eindhoven en ‘Het Beest’ leek voorgoed verdwenen. Bij ontmoetingen met Janneke op verjaardagen bleek het niet echt weg, maar in diepe slaap. Later sluimerde het om vorig jaar klaarwakker te worden.

We repeteerden nu aan de eettafel in Bobs huis, zoveel jaar later, mentaal rijker, maar geen dag ouder zo leek het. We hadden besloten dat we wel zouden zien waar ‘Het Beest’ ons zou brengen.

Deze keer ontdekten we waarom we er destijds niet uitkwamen. Het was niet ‘onze’ bewerking en we besloten alles opzij te leggen en enkel de woorden van Henry James zelf te gebruiken. Bob ging vervolgens naar zijn dochters aan de andere kant van de wereld en Janneke gaf mij de ruimte dit ei uit te broeden. Ik begon met andere ogen te lezen. In mijn hoofd zaten de stemmen van Janneke en Bob en zo vond ik ineens de sleutel om ons eigen script te maken. Ik hoefde alleen maar de verhalende teksten te verdelen over de twee acteurs, waardoor het onderscheid  tussen dialoog en de alwetende schrijver zou samensmelten. Ik vroeg mijn aloude vriendin Rien van Alebeek (ook zij speelde bij Asjera) met me samen te werken. Ik verdeelde de vertellende teksten tussen Bob en Janneke naast de bestaande dialogen en deed het grove werk, liet aan haar de verfijning. (Wat staat er in het Engels, en wat kan er dus uit de vertaling. Hoe zeggen we wat we willen zeggen zonder eigen tekst toe te voegen.) En zo kwamen we de winter door en vervolgden met deze nieuwe versie de repetities. Door aan tafel te repeteren ontstond de vorm. De zang kwam er eerder bij dan gepland (hulde voor de bereidheid van Henny van Neerven en Marie-José van Ham om op de valreep in te stappen), omdat onverwacht de uitnodiging kwam voor het AG te spelen, waarvoor we zeer dankbaar waren. We kregen hartelijke medewerking van vele handen. Ab bereidde intussen zijn inleidend verhaal voor en Ingrid verzorgde, als vanouds vertrouwd, het toneelbeeld.

Opnieuw is de winter in aantocht. Opnieuw ging Bob naar zijn dochters en opnieuw verheugden we ons dit Beest nog een aantal keer tevoorschijn te kunnen toveren.