AG Eindhoven, bijzondere activiteiten in goed gezelschap

Annette Bruining

G69 Annette Bruining

Annette Bruining, zeven jaar oud


Annette Bruining

Annette Bruining nu


ets


1977 De Huisjes

Ik sta op de stoep voor ons huis
in de oude buurt in Woensel
Ik kijk naar de huizen aan de overkant.
Ze zijn nog hetzelfde.
Die huisjes zijn hetzelfde gebleven.


Einstein

Als student in Leiden krijgt Hajo Bruining rond 1930 het verzoek van zijn hoogleraar Ehrenfest om een buitenlandse kameraad te leren zeilen.
‘Hajo ging akkoord, maar was zich niet bewust van het feit dat Albert Einstein de volgende dag op de stoep zou staan. Dat Einstein tijdens het zeilen alles tot in de details wilde berekenen, is Hajo nooit vergeten’ (Ben Damen, Boschdijk).



Als jong meisje is Annette Bruining in de oorlog twee jaar aan bed gekluisterd door tbc. “Ik moest plat in bed liggen en verveelde me kapot.” Ze merkt dat haar vader zich met geheimzinnige zaken bezighoudt. Haar ouders maken haar deelgenoot van wat er zich in hun huis aan de Frankrijkstraat in Eindhoven afspeelt: vader Hajo, onderzoeker bij het Natuurkundig Laboratorium van Philips, is aanvoerder van een verzetsgroep en spioneert voor de Engelsen. Hij heeft een zender in huis. Op zolder zit een joodse vrouw met geblondeerde haren ondergedoken, dokter Betty Levie. “Niets vertellen en niet over praten”, is het devies. “Heel de familie van mijn vaders moeder zat in het verzet. Zijn houding zal ook wel beïnvloed zijn door de indruk die de zelfmoord van zijn joodse hoogleraar natuurkunde in Delft, professor Ehrenfest, op hem heeft gemaakt.”

Midden in een nacht in 1943 is er opeens lawaai: agenten van de SD (Sicherheidsdienst) slaan met de kolven van hun geweer op de voordeur. Ze zijn op zoek naar Hajo Bruining, iemand heeft hem verraden. Hij verstopt zich snel onder de vloer van de slaapkamer. De moeder van Annette legt haar in het warme bed (“Doe maar of je slaapt”) en laat de Duitsers binnen. Annette ontdekt op het nachtkastje de zender. Ze stopt hem onder de dekens en schopt hem naar het voeteneind. Dat doet ze ook met de pantoffels die nog voor het bed staan.
De Duitsers doorzoeken het huis en komen bij het bed van Annette. “Dit is mijn dochtertje”, zegt haar moeder. Ze slaat het laken een beetje open. “Ze is erg ziek. Ze heeft tbc.” De agenten keren zich snel om en gaan elders in huis zoeken. In de zolderkamer ligt dokter Betty te slapen. Alleen haar blonde krullen zijn te zien. “Dit is de kinderjuffrouw”, zegt de moeder. Ze wordt meteen geloofd.

De volgende ochtend weet haar vader te ontkomen door met kerkgangers mee te lopen totdat hij het Rijkskrankzinnigengesticht (nu de Grote Beek) bereikt, waar hij met hulp van de directeur kan onderduiken, totdat Eindhoven in september 1944 bevrijd wordt. Annette: “Heel soms ontmoetten mijn oudere broer Hans en ik hem wel eens in het bos. Daar verschool hij zich dan in een greppel. Toen was ik wel bang.” Echte angst voelt ze met name ook nog na de bevrijding tijdens het Ardennenoffensief van de Duitsers. Eindhoven dreigt heroverd te worden door de bezetters. Drie weken ligt hun woning in een gebied dat door de Duitsers wordt bestookt met bommen om de Philipsfabrieken uit te schakelen.

‘Mijn vaders stad’ Deze en andere jeugdherinneringen heeft Annette opgetekend in het boekje ‘Mijn vaders stad’. Het dankt zijn ontstaan aan een probleem waar ze mee worstelde toen haar vader 80 jaar werd en in het ziekenhuis lag. “Wat voor cadeautje moest ik hem geven? Een herinnering aan de tijd dat hij nog sterk was en jong. Dat was tussen 1940 en 1945.”
Ze moest heel diep graven, want ze had die tijd voorgoed afgesloten. “Het mocht geen fantasie zijn en ook niet over dingen gaan die ik pas achteraf had gehoord.” Ze maakte een ets en schreef er een stukje bij. Er volgden er meer, met en zonder ets. “Toen ik die weer aan hem liet zien, zei hij: “Kind, zo was het precies.”
De etsen in het boekje verraden het vakmanschap dat de schrijfster op latere leeftijd, inmiddels moeder van twee zoons en een dochter, heeft ontwikkeld tijdens haar studie aan de Avond Academie Industriële Vormgeving in Eindhoven, waar ze onder anderen les in etsen en grafiek kreeg van Har Sanders. Buiten de academie om kreeg ze tekenles van Peter Bol. Nadat ze in Tilburg haar onderwijsakte had gehaald, heeft ze vele jaren lesgegeven op vier basisscholen. Haar vader ontving na de oorlog het officiële Verzetsherdenkingskruis en werd lid van de ‘Order of the British Empire’. “De oorlog is voorbij”, zei hij en sprak er nooit meer over. Hajo Bruining en zijn vrouw Nora Fransen behoorden tot de eerste leden van het Academisch Genootschap in 1945. Annette werd in 1985 lid, samen met haar tweede man, architect Willem Haas, en maakte een aantal jaren deel uit van het algemeen bestuur. Ze deed met overgave mee aan het cabaret en speelt nog steeds mee bij de AG-toneelgroep. “Als je lid bent, moet je ook wel ergens aan meedoen. Het toneelspelen vind ik leuk omdat je dan toch weer iets met anderen samen doet.”

Het verhaal van Annette is ook te beluisteren op: www.brabantremembers.com/verzet/ik-heb-je-vader-onder-de-vloer-verstopt/