AG Eindhoven, bijzondere activiteiten in goed gezelschap

Rob Westra

Rob Westra

Met de slaaptrein onderweg van Bagodra naar Agra


Rob Westra

Rob Westra met dochter en kleindochter bij New York



Het reizen zit Rob Westra (Rotterdam, 1938) als het ware in het bloed. Zijn vader voer als scheepswerktuigbouwkundige over de grote oceanen. “Dat voorbeeld heeft me op twee sporen gezet die belangrijk waren voor mijn leven: 1. de werktuigbouwkunde; 2. de behoefte iets van de wereld te zien, verder te kijken dan het dorp of de stad in de buurt.”

Als jongen ging hij regelmatig kijken aan boord bij zijn vader, zeker als het schip in het dok lag. “Ik heb lang gedacht dat ik zelf ook zou willen varen. Maar toen mijn vader een keer voor een jaar van huis was en ik de impact ervan zag, heb ik me bedacht. Wel heb ik op mijn zestiende een reis met een passagiersschip van de Holland Amerika Lijn (HAL) naar Amerika gemaakt als hospitaalbediende. De behoefte om meer van de wereld te zien is altijd gebleven.”
Zijn opleiding tot werktuigbouwkundig ingenieur aan de Technische Universiteit in Delft is hem daarbij goed van pas gekomen. “De helft van mijn werkzame leven heb ik in het buitenland doorgebracht.”
Aanvankelijk belandde hij in Eindhoven voor zijn afstudeeronderzoek bij een metaalwarenfabriek van Philips. Hij studeerde af in werkplaatstechniek en bedrijfsorganisatie, met als bijvak filosofie. “Dat vak heeft me altijd geïnteresseerd, net als kunst en cultuur.”
Na zijn diensttijd en inmiddels getrouwd met onderwijzeres Irma, kon hij aan de slag bij die metaalwarenfabriek van Philips in Eindhoven, waar ze ook gingen wonen en hun drie dochters werden geboren. Rob kreeg al snel de leiding van de gereedschapsmakerij en na enige tijd ook van de kleine-serieproductie. Hij deed veel aan sport, met name tafeltennis en schaatsen, en werd bestuurslid van de IJsclub Eindhoven. “Elke zondag gingen we met de bus naar de kunstijsbaan in Deventer.”
In 1969 werd hij door Philips gevraagd naar India te gaan om daar de metaalwarenfabriek in Poona en Calcutta te leiden. “We hebben er niet lang over hoeven denken. Zonder precies te weten wat ons te wachten stond, zonder veel kennis van het land, zijn we in dat avontuur gestapt. We hadden zelfs nog nooit gevlogen. Maar we hebben er geen moment spijt van gehad. Voor mijn vrouw was de verhuizing veel ingrijpender dan voor mij, want ik had mijn werk. Maar het is allemaal prima op zijn pootjes terechtgekomen.” Toen Rob na twee jaar voor verlof in Nederland was, voelde het als een weldaad dat hij terug kon naar India. “We hebben er een fijn leven gehad. Met ons gezin hebben we India van Noord naar Zuid verkend.”
Na 4,5 jaar India volgde België: Rob werd gevraagd bedrijfsleider van een Philipsfabriek in Lommel te worden, waar ze later ook gingen wonen. Het was wel even wennen. “Het verschil tussen Nederland en België ervoeren we als groter dan tussen Nederland en India. Maar we hebben er geen spijt van gehad.”
Zijn volgende job bracht Rob weer in Eindhoven, als internationaal coördinator van de steun aan de groep Plastic & Metaaalwaren Fabrieken (PMF) van Philips in de wereld. Totdat het concern hem in 1985 vroeg de PMF-fabriek in Sao Paolo in Brazilië te gaan leiden. “Ook dat beviel heel goed. Tot eind 1989 hebben we daar gewoond.”
Minder aangenaam was zijn volgende baan in het buitenland: China, om precies te zijn Szenzhen, de onstuimig groeiende metropool bij Hongkong, waar hij de leiding kreeg over de joint venture met een Chinees bedrijf. “Het was heel moeilijk om samen te werken met de Chinese partner: de cultuur- en taalverschillen waren gigantisch. Ik nam me voor om nooit meer in een land te gaan werken waarvan je de taal niet spreekt.”
Dat probleem deed zich niet meer voor, want na 3,5 jaar ging hij terug naar Eindhoven om deel te gaan uitmaken van het holding-management van de PMF-groep, totdat hij in 1998 met pensioen ging. Zijn vrouw overleed een paar maanden voordat hij met pensioen ging.

Reislust
Zijn pensionering betekende allerminst een einde aan zijn reislust. Aan hobby’s heeft hij toch al geen gebrek: literatuur, filosofie, toneel- en concertbezoek, tuinieren in de imposante tuin rondom zijn fraaie villa in Lommel net zo goed als golfen, wandelen, fietsen en koken. En het AG natuurlijk, waar hij al jaren zijn beste beentje voorzet in de commissie Literaire Kring en de Beleidsadviesraad (“in november stop ik ermee”). Naast dit alles ziet hij kans er regelmatig op uit te trekken met zijn vriendin Annelies uit Den Bosch en met zijn drie dochters en zes kleinkinderen. In mei staan er bezoeken aan Valencia en aan het kamermuziekfestival Resonances in de Ardennen op het programma, in juli een verblijf met zijn jongste dochter in Oostenrijk voor de Schubertiade en in september een bezoek met zijn oudste dochter en haar gezin aan een in de USA studerende kleindochter.

Inderdaad, het reizen zit hem in het bloed.